in , ,

De nieuwe kapitaalregels voor de banken verhinderen crisissen even weinig als de vorige

Traditioneel heeft het bankentoezicht zich toegespitst op de garantie dat elke bank een solide balans vertoont. De in 2007 uitgebroken financiële heeft aangetoond dat dit niet volstaat. Na het bankroet van Lehmann Brothers in 2008 liepen haast alle grote banken in het Westen het risico om failliet te gaan.

Hieruit leert men dat het financiële systeem vaak op een crisis afstevent zonder dat dit uit de balans van de individuele banken blijkt. De toezichthouders zijn daarom internationaal overeengekomen ook een zogenoemd macroprudentieel toezicht uit te oefenen. De term ‘prudentieel’ stamt uit het Engels en betekent ‘verstandig/voorzichtig’. Maar in de praktijk is er niet zoveel verstandigs aan de nieuwe regels, het gaat vooral om oogverblinding.

De macroprudentiële regelgeving moet verhinderen dat er zich opnieuw iets voordoet als in de aanloop naar de crisis in de Verenigde Staten en Zuid-Europa. De banken gaven heel veel krediet, vooral voor de aankoop van immobiliën. Dat deed de prijzen stijgen en leidde tot nog meer kredietopname bij de kopers. Als de prijzen ophielden te stijgen en de kredietnemers failliet gingen, barstte de bel uiteen. De prijzen stortten ineen. Veel banken kwamen in de moeilijkheden omwille van afgesprongen hypoteekleningen, andere door de instorting van de koers van gesecuritiseerde leningen 1, nog andere omdat ze leningen verstrekt hadden aan wankelbare banken.

Aan de bron van de crisis lag niet het optreden van individuele banken, maar dat van de banken als groep. Als antwoord daarop voorzien de nieuwe regels dat de nationale toezichthouders hun banken bijkomend eigenvermogen opleggen wanneer het kredietvolume in het land sterk toeneemt. Dit laatste wordt immers als een aanwijzing voor toenemend systeemrisico geïnterpreteerd. Het vereiste bijkomend eigenvermogen moet de kredietverstrekking afremmen en garanderen dat er voldoende kapitaal is om verliezen te dekken in het geval er problemen optreden. Op het einde van een boom in de kredietverlening kan het bijkomend kapitaal terug vrijgegeven worden, zodat er opnieuw gemakkelijker leningen kunnen verstrekt worden.

De indicator voor systeemrisico die in de huidige regelgeving Basel III toegepast wordt 2 is het kredietvolume in verhouding tot het bruto binnenlands product (BBP). Deze indicator stijgt wanneer het kredietvolume sterker toeneemt dan de . Maar men gaat ervan uit dat het schuldvolume trendmatig zal verhogen.  En de toezichthouders kijken slechts naar wat er zich bovenop deze trend voordoet; de trendmatige verhoging van het kredietvolume in verhouding tot het BBP wordt dus in mindering gebracht. Daar moet men zich kritische vragen bij stellen. Is het werkelijk zo onschuldig als de schuld in het economisch systeem van jaar tot jaar toeneemt, zoals het na de liberalisering van de financiële markten in de jaren 80 gebeurde?

Een studie door Yves Schüler, econoom bij de Bundesbank, laat nog een ander probleem zien. Zelfs als men instemt met het in mindering brengen van de trendmatige verhoging van de schuld blijft het probleem dat de grootte van deze verhoging niet bekend is. Men moet dit bedrag afleiden uit de variatie in het verleden. In Basel III wordt daarvoor de zogenoemde Hodrick-Prescott-Filter (HP) methode aanbevolen. Eenvoudig voorgesteld komt het erop neer dat men een gemiddelde maakt over meerdere jaren van de groeipercentages, een vaak gebruikt maar niet onomstreden procedure in de conjunctuuranalyse.

Maar er is een probleem: bij conjunctuuranalyse heeft men het over kortere cyclussen van 6 tot 9 jaar, terwijl financiële cyclussen langer zijn. Basel III stelt dan maar voor cyclussen tot 30 jaar aan te nemen bij de aanwending van het HP-filter. Men heeft echter geen ervaring in het filteren over zo lange periodes. Hoe betrouwbaar is de indicator voor systeemrisico dan nog, gedefinieerd als het ‘cyclisch gedeelte’, namelijk het verschil tussen de actuele schuldratio en de berekende trend?

Cyclussen worden onzichtbaar

Schüler heeft nu aangetoond dat de door Basel III aanbevolen methode kunstmatige langetermijncycli oplevert en daardoor reële kortetermijncycli  onzichtbaar maakt. Maar deze kunnen zeer relevant zijn om het ontstaan van onevenwichtigheden aan het licht te brengen, alvorens een bankencrisis uitbreekt, aldus de econoom. Dat geldt des te meer wanneer financiële crisissen zich ophopen en de financiële cycli korter worden. James Hamilton van de Universiteit van Californië in San Diego raadt in een artikel in het gerenommeerde Quarterly Review of Statistics aan om die reden het Hodrick-Prescottfilter niet te gebruiken.

Merijn Knibbe, professor economische statistiek aan de Amsterdamse Hogeschool Van Hall Larenstein, schrijft de ontoereikendheid van de  indicator van de toezichthouders toe aan een gebrekkige theoretische uitwerking van de dynamiek van financiële zeepbellen. “Recent onderzoek toont aan dat meer eigenkapitaal van de banken het gevaar op crisissen niet vermindert”, stelt hij vast, al geeft hij toe dat beter gekapitaliseerde banken tot een vlugger herstel leidden na de crisis.

Bij de centrale banken en de toezichthouders is men er doorgaans van op de hoogte dat hun belangrijkste macroprudentiële indicator heel weinig deugt. Zo wordt gesteld in een verklaring van de Bundesbank dat er een betrouwbare indicator nodig zou zijn om de kapitaalbuffers vast te leggen volgens vaste regels, maar “een dergelijke indicator bestaat momenteel noch op theoretisch noch op praktisch vlak”. Een van de problemen van de schuld-BBP verhouding is dat dit veel te traag reageert. Daarom is het correct, schrijft de Bundesbank om in het geval van crisrisico de kapitaalbuffer meteen te verlagen, nog voor de indicator in het rood gaat.

Nochtans zijn de theoretische inzichten vandaag niet meer zo troosteloos als de Bundesbank in 2015 schreef. Schüler heeft in 2017 samen met de economen Paul Hiebert en Tuomas Peltonen een voorstel gedaan voor een alternatieve indicator. Deze houdt meer rekening met de theoretische inzichten en zou in de praktijk beter moeten functioneren. “Wanneer men het niveau van de kredietverlening combineert met de activaprijzen komt men tot een vrij betrouwbare alarmindicator voor financiële crisissen”, schrijven de drie economen.

Aan de basis ligt de overweging dat een zichzelf versterkende schuldenzeepbel pas dan ontstaat wanneer een toegenomen kredietverstrekking voor de aankoop van immobiliën of aandelen hun prijs in de hoogte drijft en de gezinnen hun daardoor toegenomen vermogen als onderpand beschouwen voor nog meer kredietopname. Bij een zeepbel komt daar nog bij dat de vaststelling dat de prijzen stijgen voor velen een motivatie is om op speculatieve wijze huizen en aandelen te kopen op krediet. In een dergelijk scenario stijgen de kredietverlening en de activaprijzen terzelfdertijd aan een hoog tempo.

Wanneer de leningen niet gebruikt worden voor de aankoop van bestaande activa, maar voor , dan stijgt de en er is geen zelfversterkend effect. Worden ze hoofdzakelijk gebruikt voor investeringen om de productiecapaciteit te verhogen, dan is er ook maar een gering crisisgevaar. En ook wanneer de waarde van de activa stijgt zonder verhoogde kredietverlening zou er geen groot probleem ontstaan.

Richard Werner van de Universiteit van Southampton stelt op basis hiervan het uitgangspunt van de centrale banken in vraag. Hij pleit ervoor dat ze leningen in de eerste plaats voor productieve toepassingen toekennen, inplaats van zonder rekening te houden met het doel van de leningen het totale niveau ervan binnen een aanvaardbaar niveau te willen houden. Maar een dergelijke kredietpolitiek is taboe, zowel voor de banken als voor de regeringen. Die geven er de voorkeur aan naar buiten toe, en tegen beter weten in, te doen alsof ze met de macroprudentiële regelgeving een probaat middel gevonden hadden tegen financiële crisissen.

Lees ook eens verder bij de bron: andereuropa.org


JDreport.com publiceert verhalen uit een flink aantal andere "onafhankelijke" nieuwsbronnen.
De meningen in dit artikel zijn van de bron en weerspiegelen niet JDreport.com.

0 0 stemmen
Artikelbeoordeling
Abonneer
Laat het weten als er
1 Reactie
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Wereld Wordt Wakker
2 jaren geleden

Je kunt heel veel economie professoren allerlei theorieën laten vertellen maar daar kom je geen stap verder mee. Het grote probleem in de wereld is dat de maffia regeert. En met maffia bedoel ik de banken en ook een groot aantal multinationals.

Als je weet dat meer dan 90 % van de welvaart op aarde in handen is van een extreem kleine groep mensen van veel minder dan 1 % van de wereldbevolking dan weet je dat het extreem fout zit.
Als je dan ook nog weet dat de afgelopen 5 jaar het percentage nog schever geworden is dan weet je dat over 5 jaar de wereldbevolking niets meer te eten heeft dan de elite !!!!

Nederland was gidsland op het gebied van multinationals met de VOC en de regelgeving die multinationals alle vrijheden gaf die het maar wilde hebben. Daar plukken alle multinationals wereldwijd nog de vruchten van. Waar een klein land als NL groot ik kan zijn !!

Het zijn de banken en multinationals die de wereld regeren. De overheden zijn niet meer dan dienaren geworden van deze partijen die als belangrijke taak hebben de burgers arm te houden terwijl de religies er wel voor zorgden de mensen dom te houden. Uiteraard geholpen door de media die, gekocht door het grote geld, wel bepalen wat wel en wat niet in het nieuws verschijnt.

De wereld kan niet goed raad met geheime ondergrondse organisaties als Illuminati en Jezuiten die al decennia en soms al eeuwen actief zijn op weg een wereldregering te vormen. Regeringen en overheden zijn niet toegerust met de juiste mensen met de juiste kwaliteiten en de juiste mentaliteit en inmiddels ook niet meer de macht om malafide praktijken en figuren aan te pakken. Snelheidscontroles op grote wegen gaat prima en daar is de NL overheid een meester in alsook met de afval pas bij de vuilcontainer.
Maar de rest?

Het grote probleem is dat alles valt of staat met normen en waarden. Op dat punt had Balkenende volledig gelijk, alleen wist hij dat principe niet goed toe te passen door in Lissabon, tegen de uitkomsten van het EU grondwet referendum in, bij het kruisje te tekenen.
Mijn inschatting is dat de NL overheid en regering vergiftigd is en dat de regering van totaal onervaren jonge academici er voor spek en bonen zitten zonder enige kennis en zonder enige realiteitszin.
Men zou verwachten dat de NL overheid en de regering de beste mensen aantrekt die zij kan vinden, maar bovenal mensen die weten wat er in de wereld aan de hand is. Die weten van de ware geschiedenis van zaken en niet wat in boeken staat geschreven. Maar de situatie is ondergronds zo verrot met een koningshuis die haar bestaansrecht al sinds lang heeft verspeeld.

Hoe moet het nu verder? De overheid gaat dit probleem zeker niet oplossen. Daarvoor is de zaak te ver verrot !!! De oplossing moet van de mensen komen die wakker worden en die naar buiten treden met informatie zodat naar buiten komt wat er werkelijk in de wereld speelt. En gelukkig is dat wat er de laatste jaren gebeurt. En vergeet dan maar alle economische beschouwingen van professoren.

Lezen! Ex-vriendin Pechtold doet boekje open en het is niet mis!

Geen EU importheffing meer op Chinese zonnepanelen