in

De zon zorgde voor 1,1 °C opwarming sinds de 17de eeuw

De verklaart 93% variantie zeewateroppervlaktetemperatuur t/m jaren ’80; verzwakking ozonlaag zorgde vanaf jaren ’90 voor meer zonnestraling op aardoppervlak waardoor schijnverband tussen CO2 en temperatuur stand hield; vervolgens zorgde de in de 21ste eeuw voor verdere opwarming.

Anno 2020 omschrijft KNMI-onderzoeker Geert Jan van Oldenborgh de sterke statistische correlatie tussen de temperatuur en CO2 als “een bijna perfect verband”1. Echter, de relatie tussen zon en is hierbij als onbegrepen verondersteld2,3.

Een bijdrage van Martijn van Mensvoort. 

Dit artikel beschrijft op basis van in totaal 40 jaren rond de zonneminima tijdens afgelopen 130 jaar dat de correlatie tussen CO2 en temperatuur berust op een spurieus schijnverband dat ontstaat uit 2 factoren, namelijk: een geleidelijke toename van de totale zonnestraling + een toename van de hoeveelheid zonnestraling die het aardoppervlak heeft bereikt t.g.v. verzwakking van de ozonlaag.

De variantie in de zeewateroppervlaktetemperatuur [HadSST34] t/m de jaren ’80 wordt voor 93% verklaard door de totale zonnestraling [LISIRD TSI5]; hierbij is wel gebruik gemaakt van een correctie gericht op de jaren rond de secundaire minima. De 22-jarige zonnecyclus levert de natuurkundige basis voor deze correctie want de secundaire minima ontstaan tijdens de fase waarbij de magnetische polen van de zon van positie zijn gewisseld; de primaire minima ontstaan daarentegen tijdens de fase met de polen in de oorspronkelijke positie. De gemiddelde waarden over periodes van 3 jaar rond de minima van de TSI tonen t/m de jaren ’80 een correlatie van +0,963 [p=0,000] met de zeewateroppervlaktetemperatuur; de correlatie tussen CO2 en de temperatuur bedraagt voor dezelfde periode slechts +0,656 [p=0,000].

Via een regressie analyse is vastgesteld dat de combinatie van de TSI en CO2 de verklaarde variantie t/m de jaren ’80 niet verhoogd t.o.v. de verklaarde variantie t.g.v. de TSI afzonderlijk; dit blijkt ook het geval wanneer hierbij tevens de invloed van aerosolen in de stratosfeer [AOD6] en de ENSO [ENS ONI7] in beschouwing wordt genomen. Dit impliceert dat de vermeende ‘footprint’ van CO2 getalsmatig geheel ontbreekt in de jaren rond de zonneminima t/m de jaren ’80.

Het verband tussen de TSI aan de top van de atmosfeer en de temperatuur gaat gepaard met een zonnegevoeligheid van 1,2 °C per W/m2 voor het 3-jaren gemiddelde rond de minima van de zonnecyclus; dit verband verklaart de gehele opwarming tussen de 3-jarige periodes rond de primaire zonneminima jaren 1996 en 2017. Dit verband impliceert dat de zon verantwoordelijk is geweest voor ongeveer 1,1 °C van de opwarming die sinds het Maunder minimum aan het einde van de 17de eeuw is ontstaan.

Afgelopen 300 jaar is bij benadering in totaal ruim 1,5 °C opwarming ontstaan bij de oppervlaktetemperatuur van het zeewater; de mondiale temperatuurstijging ligt 0,15-0,30 °C hoger met een waarde van ruim 1,65 °C op basis van de HadCRUT4 en hooguit 1,80 °C op basis van de GISSTEMPv4. Van deze opwarming wordt 1,1 °C toegeschreven aan de zon en 0,3 °C aan de ozonproblematiek. Getalsmatig blijkt voor afgelopen 130 jaar rond de minima de combinatie van de TSI en ozon8 96% van de variantie in de temperatuur te verklaren.

Voor de zeewateroppervlaktetemperatuur resteert een onverklaarde opwarming in de orde van 0,1 °C. Hierbij kan CO2 een rol hebben gespeeld al dan niet in combinatie met andere factoren die relatief weinig invloed hebben gehad op de langetermijntrend zoals: de ENSO, AOD en aerosolen in de lagere atmosfeer. Ook wordt aangetoond dat bij 4 TSI data sets & 4 temperatuur data sets in het pre-satelliet tijdperk rond de primaire minima hetzelfde patroon wordt aangetroffen; in het satelliet tijdperk vormt de PMOD-ACRIM controverse een cruciale kwestie.

In de context van dit onderzoek is van belang dat door het IPCC in AR5 (2013) wordt erkend dat de fase van de zonnecyclus tijdens de minima zowel “meer stabiel” als “meer relevant” is dan bij de maxima het geval is9. Onder klimaatexperts bestaat consensus dat de warmteinhoud van het oceaan systeem een “meer betrouwbare” indicator vormt voor de opwarming dan de opwarming van de atmosfeer10-12; logischerwijs vormt de opwarming van de zeewateroppervlaktetemperatuur daarom zeer waarschijnlijk een meer relevante indicator.

Op basis van de wet van Henry is een klein deel (~15%) van de stijging van de CO2 concentratie in de atmosfeer het gevolg van de temperatuurstijging van het oceaan water13-14; tevens is bekend dat in het perspectief van de natuurlijke cycli CO2 de temperatuur volgt en dus niet andersom.

Lees verder bij de bron: Climategate Klimaat


JDreport.com publiceert verhalen uit een flink aantal andere "onafhankelijke" nieuwsbronnen.
De meningen in dit artikel zijn van de bron en weerspiegelen niet JDreport.com.

Help mee JDreport.com online te houden

blank

Rapporteren

Iedereen vindt er iets van, jij ook?

blank

Heropening van de scholen: zijn onze kinderen echt zo veilig als men beweert?

blank

Mishandelaar/taartengooier van Pim Fortuyn nu werkzaam in de migrantenhandel