EU-verordering: Internet Toegang Identificatie.

VERORDENING (EU) Nr. 910/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt.

Artikel (13)
De lidstaten moeten de vrijheid behouden om ten behoeve van elektronische identificatie middelen voor toegang tot onlinediensten te gebruiken of in te voeren. De lidstaten moeten ook kunnen beslissen of zij de private sector bij het aanbieden van deze middelen wensen te betrekken. De lidstaten dienen niet te worden verplicht hun stelsels voor elektronische identificatie aan de Commissie te melden. Het staat de lidstaten vrij om alle, sommige dan wel geen van de stelsels voor elektronische identificatie die op nationaal niveau worden gebruikt om ten minste toegang te krijgen tot publieke onlinediensten of specifieke diensten, aan de Commissie te melden.

Artikel 16 van de hierbovengenoemde verordering spreekt over vijf (5) verschillende toegangs-niveau’s voor het internet.

Het betrouwbaarheidsniveau moet de mate van vertrouwen weergeven die in een elektronisch identificatiemiddel kan worden gesteld voor het vaststellen van de identiteit van een persoon, en moet zodoende zekerheid geven dat de persoon die beweert een bepaalde identiteit te hebben ook daadwerkelijk degene is aan wie deze identiteit is
toegekend.

Het betrouwbaarheidsniveau hangt af van de mate van vertrouwen die elektronische identificatiemid delen bieden voor de opgegeven of beweerde identiteit van een persoon, rekening houdend met processen (bij voorbeeld het bewijzen van de identiteit,verificatie, en authenticatie), beheersactiviteiten (bijvoorbeeld de entiteit die elektronische identificatiemiddelen uitgeeft en de procedure voor uitgifte van dergelijke middelen) en geïmplemen teerde technische beheersmaatregelen.

Diverse technische definities en beschrijvingen van betrouwbaarheidsniveaus danken hun bestaan aan door de Unie gefinancierde Grootschalige Proefprojecten, standaardisering en internatio nale activiteiten. In het bijzonder refereren het Grootschalige Proefproject STORK en ISO 29115 aan, onder meer, de niveaus 2, 3 en 4, met welke niveaus ten zeerste rekening moet worden gehouden bij het vaststellen van minimale technische vereisten, standaarden en procedures voor de betrouwbaarheidsniveaus laag, substantieel en hoog in de zin van deze verordening, terwijl gezorgd moet worden voor een consequente toepassing van deze verordening, met name wat betreft betrouwbaarheidniveau hoog voor het bewijzen van de identiteit voor het afgeven van gekwalificeerde certificaten.

De vereisten moeten technologieneutraal zijn. Het moet mogelijk zijn aan de noodzakelijke veiligheidsvereisten te voldoen door middel van verschillende technologieën

De voorgestelde verordering is onrechtmatig te benoemen. Het lijkt in strijd te zijn met artikel 8 lid 2 van het EVRM.

Recht op eerbiediging van privéleven, familie- en gezinsleven EVRM: artikel 8

1. Een ieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.

2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

 

via #zaplog.

Foto via sUPEREDbodyforhire

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef jouw mening

Close