Gevraagd: solidaire mensen, plus een stadsplein

Okay, lieve mensen. Zijn we er klaar voor? Nee, natuurlijk niet. Jullie niet, en ik ook niet. Hoe kun je nu ‘klaar’ zijn, voorbereid op het onverwacht uitbreken van subversie? Juist het onverwachte is deel van haar kracht. Juist het feit dat ‘niemand’ er greep op heeft is een teken dat hier mensen zelf greep zoeken naar greep op hun eigen bestaan, samen met anderen. Maar zo verrast en onvoorbereid als we wellicht zij, zo nodig is het om de revolte die op pleinen in Frankrijk naar boven komt, uit alle macht verder te verspreiden en te ondersteunen. Laat woordkunstenaars maar vast een mooi Nederlandstalig woord vinden voor ‘Nuit Debout’, als dat er nog niet is. Of hanteren we gewoon het Franse woord, zoals we destijds ook in Nederland Occupy gewoon Occupy noemden? Ook goed, misschien zelfs beter. Laten we kijken wat we verder kunnen doen.

Actievoerders in Brussel, Luik, Berlijn en een reeks steden  in Spanje  hebben de beweging al buiten de Franse grenzen gebracht. Welk Nederlandse stadsplein wordt het eerst in gebruik genomen door een algemene vergadering van rebellen? Waar wachten we op?

Nuit Debout is dus de naam, Frankrijk het land waar het begon. Aan de wieg van het verschijnsel stond de protestbeweging tegen de arbeidswet waarmee de regering ontslagen makkelijker wil maken en de 35-urige werkweerk uitholt. Na de actiedag rond dat thema op 31 maart kwamen bescheiden aantallen mensen bijeen op een stadsplein in Parijs. Dat was het begin van pleinbezettingen elke avond en nacht, in steeds meer Franse steden. Die gingen over veel meer dan die wet. Ze brachten een radicale afkeer van het poltiek-economische bestel tot uiting. Ze gaven creatieve inzet om zelf een stukje tegenmaatschappij te organiseren te zien. Inmiddels is duidelijk: dit is een nieuwe versie van de Occupy-beweging en van de Indignados, pleinbezettingsacties uit de VS, Spanje en andere landen in 2011.

Inmiddels is er aardig wat te vinden over hoe het toegaat in Nuit Debout. France 24 kwam met een reportage  waarin enkele betrokkenen aan het woord komen. “Er is een diep gevoel van verraad. De regering doet het tegenovergestelde van datgene waarvoor we haar gekozen hebben, zegt iemand. Een ander vertelt dat het aantal deelnemers aan de actie groeit, avond na avond: “ ‘Binnenkort is het helemaal vol”, hoopt hij”. Een derde “was in eerste instantie om als verslaggever over het protest te berichten. In plaats daarvan sloot hij zich aan bij de beweging en werkte met collegaś om ‘Radio Debou’ op te zetten.” Hier is duidelijk de woede van teleurgestelde linkse kiezers voelbaar, maar ook de aanstekelijkheid van een nieuw opkomende beweging.

Natuurlijk zijn er sceptici., zoals iemand die kwam kijken en vaststelde: deze mensen in actie “voeren strijd ter wille van het voeren van strijd”;  uithalen zou het niets, want “Frankrijk is een moeilijk land om te hervormen.” Ach ja. Verandering is inderdaad moeilijk. Misschien dat juist daarom deze beweging wel de weg van radicale straatactie kiest, en niet van de treurgang door de stembureaus als hoogste wijsheid propageert. Harde grote zware dingen bewegen pas als je met veel mensen hard duwt.

Komende tijd zal duidelijk worden hoe ver de sociale strijd in Frankrijk wordt. Het sterke punt daar is dat Nuit Debout verbonden is met de protesten tegen die arbeidswet. Die zijn afgelopen dag doorgegaan, met tienduizenden mensen in actie  en ook weer demonstranten in Parijs die met de politie vochten. Afgelopen dinsdag, ook een actiedag, kende soortgelijke acties. “De Franse steden Marseille, Lille, Nantes, Rennes en Straatsburg zagen eveneens grootschalige protesten  , naast Parijs. Vanuit de vakbeweging is een nieuwe “dag van stakingen en protesten op 28 april” aangekondigd.

Mooi, maar is het niet aan de late kant? Met name vakbondsbestuurders zien de protesten vooral als drukmiddel, om vervolgens zichzelf naar voren te schuiven als gesprekspartner waarmee de regering de sociale vrede kan redden, in ruil voor wat concessies. Nu de beweging hier en daar knap ongrijpbaar en radicaal aan het worden is, loopt precies ook de vakbondsrol als overlegpartner gevaar. Mij zou het niets verbazen als sommige vakbondsleiders intussen hopen dat de beweging wegebt. Mij zou het ook niets verbazen als die hoop iets te maken heeft met het vrij ver vooruitschuiven van het volgende geplande hoogtepunt van protest.

Het is prettig voor Nuit debout dat ze niet alleen tegenover de regering staat. De actiedagen met hun confrontaties zouden wel eens een reden kunnen zijn waarom de oproerpolitie tot nu toe de pleinbezettingen met rust laat. Een aanval op Nuit Debout zou de kans dat de zaak vanzelf doodbloedtdrastisch verkleinen, en escalatie van de strijd heel waarschijnlijk maken. Als echter vakbonden op compromis en zelfs afblazen aan zouden koersen, en daarmee weg komen, zou desituatie voor de pleinbewetters en plotseling veel ongunstiger uit zien.

De hoop is wat mij betreft dat, zowel in de pleinbezettingen als onder de menigten stakers, demonstranten -, van wandelaars tot en met straatvechters, ze leveren een bijdrage – als onder de pleinbezetters het besef groeit dat de regie van de strijd henzelf en niemand anders toebehoort. Dat besef is waarchijnlijk onder de pleinbezetters met hun anarchistische organisatie- en uitingsvormen flink aanwezig, onder het straatvechtende deel der betogers eveneens. Hoe wijder dat besef verspreid is, ook onder stakers, ook onder de groet groepen demonstranten die vooralsnog geen pleinen bezet en geen politiecharges tegemoet treedt, hoe lastiger voor wat voor bestuurlijk ingestelde groep aan de top van de protesten het wordt om de boel in te kapselen en in te dammen in ruil voor een fooi.

Intussen is er iets dat we hier in Nederland kunnen doen: de kracht van de solidariteit combineren met het overnemen van het goede voorbeeld. Zolang de beweging daar denkt dat ze alleen staan tegenover een machtige regering, heeft de regering minder te vrezen. Zodra de beweging merkt dat ze sympathiebetuigingen elders ontmoet, wordt repressie door de Franse staat lastiger. Het leidt tot ongunstige publiciteit, misschien wel tot solidarteitsactie waar belangen van Franse politiek en ondernemers last van hebben. Met elke uiting van solidariteit maken we het leven voor de opstandige menigten van Frankrijk iets makkelijker, dat van de regering iets moeilijker. Dat is één reden om in beweging te komen.

De andere reden is dat we in Nederland tegenover verwante problemen staan als in Frankrijk: slecht betaalde en onzekere banen voor wie niet helemaal zonder baan zit. Lage inkomens, hoge huren, bestaansonzekerheid. Een politiek bestel dat onze belangen vertrapt en onze verlangens negeert. Dat is n tweede reden om in beweging te komen. Met de voorbeelden uit Frankrijk zo nadrukkelijk in ons bewustzijn, zie ik goede redenen om snel in beweging te komen. Het voorjaar komt op gang, dat maakt dit type strijd nog wat aantrekkelijker ook. Gevraagd, derhalve: enthousiaste boze solidaire mensen, plus een stadsplein.

Lees verder bij de Bron: Ravotr

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef jouw mening