Verkiezingen in Spanje: het einde van een politiek tijdperk

Spanje wacht een heuse politieke metamorfose na de verkiezingen van morgen. De Spanjaarden kiezen een nieuw parlement en alles wijst erop dat de verkiezingen een eind zullen maken aan de dominantie van de twee grote partijen: de rechtse Partido Popular (PP) en de socialistische Partido Socialista Obrero Españo (PSOE). Dat duopolie heeft zo’n 30 jaar standgehouden.

Sinds het einde van de dictatuur van Francisco Franco, in 1975, werd de Spaanse politiek grotendeels overheerst door de PP en de PSOE, uitgezonderd de eerste jaren, toen er een minderheidsregering van de Unión de Centro Democrático (UCD) aan de macht was. Felipe Gonzalez (PSOE), José-Maria Aznar (PP), José Luis Zapatero (PSOE) en Mariano Rajoy (PP): de “presidentes del gobierno” van beide partijen wisselden elkaar af aan de macht.

Maar de laatste jaren is Spanje in een economisch sukkelstraatje beland, een gevolg van de vastgoedcrisis van 2008. De op drie na grootste economie van de eurozone belandde in een diepe recessie, met werkloosheidscijfers die piekten tot 27 procent. De jeugdwerkloosheid stond zelfs op meer dan 50 procent.

De laatste jaren gaat het weer iets beter, maar de werkloosheid staat nog altijd boven de 20 procent. Zo’n 2,5 miljoen Spanjaarden hebben niet langer recht op een uitkering. Dat verklaart waarom de regering van premier Mariano Rajoy (PP) vandaag niet echt populair is: vier jaar rigoureus besparingsbeleid is misschien wel goed voor de economie, voor de man in de straat betekent het vaak nog altijd de buikriem verder aanhalen.

Bovendien wordt de PP ook geteisterd door een onfris corruptieschandaal. In 2013 raakte bekend dat de penningmeester van de partij een systeem van illegale partijfinanciering op poten had gezet. Zo moest minister van Volksgezondheid Ana Mato opstappen omdat ze gedurende twee decennia geheime betalingen zou hebben ontvangen.

Als we de peilingen mogen geloven, zal de PP deze keer zo’n 27 procent van de stemmen halen, heel wat minder dan de 44,6 procent van vier jaar geleden.

De rode motor sputtert

In tegenstelling tot vroeger kan de PSOE van de impopulariteit van de charismaloze Rajoy geen garen spinnen. Heel wat Spanjaarden beschouwen de PSOE als medeverantwoordelijk voor de economische malaise waarin het land is terechtgekomen.

Nochtans trekt de PSOE met een fris gezicht naar de kiezer: de 43-jarige Pedro Sanchez. Het lijkt hoogst twijfelachtig of Sanchez de erfenis van het verleden zal kunnen doen vergeten.

De peilingen geven 20,7 procent aan de PSOE. Dat is nog eens 8 procent minder dan in 2011, toen de PSOE ook al een historisch verlies moest incasseren.

Nieuwe wind van rechts en van links

Het rechts-liberale Ciudadanos (Burgers) en het linkse Podemos (“We kunnen het”) zijn de nieuwkomers op het electorale speelveld. Vooral Ciudadanos van partijleider Albert Rivera lijkt de wind in de zeilen te hebben.

De amper 36-jarige Rivera gooit hoge ogen bij het electoraat. Zijn slogan “con illusion” (“met hoop”) slaat aan en zijn gebrek aan politieke ervaring lijkt net als een voordeel over te komen, nu zo veel traditionele politici het etiket van sjoemelaar krijgen opgeplakt.

Volgens de peilingen wordt Ciudadanos de derde partij van het land, met zo’n 19 procent van de stemmen. Veel waarnemers achten een coalitie tussen de liberale partij en de conservatieve PP waarschijnlijk. Qua economische visie zitten beiden grosso modo op dezelfde golflengte, hoewel de PP het wellicht moeilijker zal hebben met de progressieve voorstellen van Ciudadanos op ethisch vlak. Zo wil Rivera bijvoorbeeld een legalisering van drugs en prostitutie.

Het linkse Podemos wordt wellicht de vierde formatie van het land. De peiling voorspellen 17,3 procent voor de beweging  die gegroeid is uit de Indignados-beweging.

Zowat een jaar geleden scoorde Podemos nog vlotjes boven de 20 procent in de peilingen, maar de partij lijkt weer wat electorale pluimen te hebben verloren nu geestesgenoot Syriza het in Griekenland niet zo goed blijkt te doen als verwacht en in de praktijk een hard besparingsprogramma uitvoert voor rekening van Europa.

In elk geval ziet het er niet naar uit dat partijleider Pablo Iglesias van Podemos de Spaanse evenknie van Alexis Tsipras wordt.

Bron: Stop de bankiers

Vond je dit interessant, overweeg een donatie en advertentievrije site
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef jouw mening

Close