De hardnekkige subsidieverslaving van megabanken

Door de garantie dat de overheid hen altijd zal redden als ze omvallen, kunnen megabanken onbeperkt en goedkoop geld lenen. Nu sturen ze ook nog aan op expliciete subsidies. Dat moet gestopt worden, menen Bas Eickhout cum suis.

Zonder impliciete subsidies zouden too-big-to-fail-banken grote verliezen lijden. Maar nu eisen ze ook nog expliciete subsidie voor hun bijdrage aan het vullen van het nieuwe Europese bankenresolutiefonds.

Door de garantie dat de overheid hen altijd zal redden als ze omvallen, kunnen megabanken haast onbeperkt en tegen onvoorstelbaar lage tarieven geld lenen. Deze impliciete overheidssteun aan te grote banken wordt door het IMF op ruim 200 miljard euro per jaar geraamd. Deze schandalige subsidie biedt een concurrentievoordeel en moedigt banken aan om groter en complexer te worden: hét recept voor een nieuwe financiële crisis. Wetgevers werken er hard aan om banken op een ordelijke manier zonder belastinggeld failliet te kunnen laten gaan. De subsidies kunnen aangepakt worden door banken te dwingen een plan te overhandigen waarin ze aantonen dat ze in een crisis zonder publiek geld kunnen herstellen of afgewikkeld worden.

Onfrisse strijd

Ook de regels voor het afwikkelen van banken in nood zijn van belang. Tot nu toe heeft de EU besloten tot “bail-in-regels”: wanneer een bank omvalt dragen aandeelhouders en crediteuren onmiddellijk voor minstens 8% van de bankbalans mee in het verlies. Dat is momenteel het belangrijkste instrument om te voorkomen dat opnieuw belastinggeld wordt ingezet in geval van een nieuwe crisis. Laten we niet vergeten dat veel welvarende crediteuren en aandeelhouders van Europese banken gewoon zijn uitbetaald na hun redding door overheden.

Tijdens het afwikkelen van een bank in nood – wanneer de waarde van haar bezittingen lager zijn dan wat ze verschuldigd is – heeft de resolutieautoriteit vaak geld nodig om de schoonmaakoperatie te financieren (e.g. het oprichten van een “good” en een “bad” bank en het overbrengen van de activa en passiva etc.) en is er liquiditeit nodig of moet zelfs kapitaal geïnjecteerd worden. Het voorgestelde resolutiefonds van 70 miljard voor de gehele EU, waarvan 55 miljard euro voor de eurozone, is bedoeld om bij te dragen aan de kosten van dit proces. Dit fonds wordt vooraf gevuld door de bankensector. Achter de schermen zijn banken momenteel verwikkeld in een onfrisse strijd over de hoogte van de bijdrage van de verschillende banken.

In theorie zou het resolutiefonds als een verzekering moeten werken. De hoogte van de premie, hangt af van de grootte van het te verzekeren object (de bank) en het risico op verliezen. Grote banken zouden dus meer moeten betalen dan kleine banken en risicovolle banken meer dan degelijke “saaie” banken. De FDIC, de resolutieautoriteit in de VS, vraagt als premie 2,5 cent per 100 dollar op de balans van de banken die het minste risico lopen en 45 cent van de meest risicovolle banken. Helaas is de situatie in de EU anders. Sommige EU-landen waaronder Nederland, Frankrijk en Italië stellen zichzelf nog steeds op als lobbyist voor banken met overgewicht die zich op hun grondgebied hebben gevestigd. Ze proberen de Europese Commissie te overtuigen om het verschil in premie tussen banken die het kleinste en grootste risico lopen tot slechts een factor 1,5 te beperken terwijl de meest risicovolle banken in de VS tot 18 keer meer bijdragen dan de meest stabiele banken.

Lees verder via Follow the Money.

Photo by quapan

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef jouw mening

Close