Zijn de ware rijken de nieuwe tokkies?

In de Volkskrant van 24 januari las ik een stuk getiteld ‘De tokkiefactor’ waarin de auteur zich afvraagt wat het verband is tussen iemands maatschappelijke status en asociaal gedrag (€/blendle). Het is een vraag die ik in mijn onderzoek naar klassenongelijkheid en criminaliteitsbeleid ook stel.

Immers, misschien is inderdaad zo dat de mensen met een lagere klassenpositie anders behandeld worden, bijvoorbeeld meer aandacht krijgen van politie en justitie, maar kan dat simpelweg worden verklaard door het feit dat mensen uit de lagere klasse gewoon meer geneigd zijn criminaliteit te plegen. Dan is er toch geen sprake van rechtsongelijkheid, discriminatie of klassenjustitie? Dan is die driedubbele inzet op kansarme jongeren in achterstandswijken en het lang opsluiten van drugsverslaafde kruimeldieven toch gewoon gerechtvaardigd?

Ik moet de vraag dus stellen: is er een verband tussen sociale klasse en criminaliteit? De vraag is onmogelijk te beantwoorden – waarom, dat zal ik hieronder een beetje uitleggen – dus ik was zeer benieuwd wat het stuk in de Volkskrant te zeggen had over de relatie tussen sociale status en asociaal gedrag.

Sympathieke apen

Volgens Jort Kelder, zo las ik in het artikel, zijn de nieuwe rijken, die in korte tijd zijn geklommen op de maatschappelijke ladder, in elk geval asocialer dan mensen die in de kringen verkeren van oud geld (de adel bijvoorbeeld). Een Britse psychologe ziet dat bevestigd bij onze harige vrienden: apen met een lage plaats in de hiërarchie vertonen meer sympathie voor hun soortgenoten dan apen hoog in de pikorde. Rijk maakt asociaal, want wie rijk is hoeft zich nergens om te bekommeren.

Hoewel verschillende wetenschappers deze redenering steunen wordt de conclusie tegengesproken door het feit dat hoger opgeleiden (die overigens niet altijd welvarend zijn maar wel vaker dan lager opgeleiden) vaker vrijwilligerswerk doen dan lager opgeleiden en vaker stemmen op linkse partijen, waarmee ze zich toch wel degelijk lijken te bekommeren om hun (kans)armere medemens. Een Nederlandse gedragseconoom stelt dat ethisch gedrag mede afhankelijk is van wat in bepaalde kringen wordt goed- en afgekeurd: ‘Er wordt in verschillende kringen verschillend geoordeeld over (on)wenselijk gedrag.’

Belastingontwijking
Die verschillen in oordelen maken het ook voor criminologen moeilijk om iets te zeggen over hoe status samenhangt met asociaal gedrag, maar dat is niet alles. Sommige oordelen leggen namelijk meer gewicht in de schaal dan andere oordelen. En dat gebeurt niet willekeurig: de hogere klasse heeft veel meer te zeggen over welk gedrag als asociaal en crimineel wordt gedefinieerd. Dat doen ze hoofdzakelijk via wetgeving en beleid maar ook via de media (door bepaald asociaal/crimineel gedrag te selecteren als nieuwswaardig en dat op een bepaalde manier te framen).

Belastingontwijking door multinationals, bijvoorbeeld, noemen we geen fraude, misbruik van uitkeringen wel – zelfs niet-verwijtbare fouten worden behandeld als fraude (sinds kort is dat een beetje aangepast), terwijl de schade van de frauderende bedrijven veel groter is. Als het om geld gaat, dan vinden we in alle lagen van de maatschappij profiteurs, oplichters en dieven – dat is in elk geval door de crisis wel duidelijk geworden.

Maar geweld is dan toch zeker een typisch verschijnsel van de lage klasse? Ook dat is een kwestie van definitie. Als de staat uitkeringen intrekt en mensen daarop zo wanhopig worden dat zij zelfmoord (willen) plegen, zoals in Engeland gebeurt en ook in Nederland is zo’n verhaal bekend, wordt niemand in het holst van de nacht door een arrestatieteam van zijn bed gelicht. Ook vinden we het blijkbaar geen probleem dat de staat mensen die hier zonder verblijfsstatus zijn van hun vrijheid berooft. Dit type geweld definiëren we niet als geweld. Op een protesterende minderheid na vindt niemand dit asociaal – diedemonstranten die zonder vergunning richting Binnenhof lopen, díe zijn asociaal.

Aandacht

Het is niet moeilijk om om criminologisch onderzoek te vinden dat laat zien dat de mensen met een lage sociale status – lage opleiding, laag inkomen, arme ouders – vaker in aanraking komen met politie en justitie en vaker in de gevangenis belanden. Ik vermoed dat de meeste criminologen geloven dat dit verband bestaat. Ik zeg  ‘geloven’, omdat we het we volgens mij niet kunnen weten. Probleem 1: dat criminologen dat verband zien komt doordat zij meer aandacht hebben voor straat- en georganiseerde criminaliteit; witteboordencriminaliteit is een kleine, vrij specialistische niche in de criminologie. Probleem 2: witteboordencriminaliteit is geen prioriteit van politie en justitie, als het al strafbaar is (veel wordt via zelfregulering of bestuursrecht afgehandeld), dus cijfers van politie, justitie en gevangeniswezen laten een vertekening zien.

Witteboordencriminaliteit blijft vaker verborgen en we hebben dus ook geen idee hoe de werkelijke daderpopulatie eruit ziet. Een gevonden verband tussen status en gedrag kan dus schijn zijn.

De ware tokkies?

Mijn conclusie vooralsnog: we hebben geen idee van het werkelijke verband tussen sociale klasse en crimineel of asociaal gedrag. Wel staat vast dat rijken nooit ‘de ware tokkies’ kunnen zijn – de vraag wordt gesteld in het Volkskrantartikel – want die denigrerende term is gereserveerd voor leden van de lagere klasse die gezien worden als ordinair, smakeloos en onbeschaafd – ook als ze geen criminaliteit plegen. Hoe asociaal graaiende corporatiebazen, hebzuchtige bankiers en roekeloze beurshandelaren ook zijn, tokkies worden ze niet. En voorlopig zie ik de vraag ‘zijn armen de ware van reys?’ nog niet gesteld.

Lees verder via Stop de bankiers.

Photo by d_vdm

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef jouw mening

Close