in , ,

De minister wil van de corona-app een tweede WhatsApp maken?!

Het ministerie van Volksgezondheid bouwt aan een app waarmee jij inzicht zou moeten krijgen in of je in de buurt bent geweest van iemand die besmet is met het nieuwe coronavirus. Om effectief te zijn, moet die app ook veel gebruikt worden. De Nederlandse ambitie is torenhoog.

Wat het ministerie wil

Wil een “slimme digitale oplossing” voor contactonderzoek effectief zijn, dan moet de app ook gebruikt worden. De Nederlandse ambitie is torenhoog. De minister van Volksgezondheid zei eerder: “Hoeveel mensen moeten meedoen om die app nuttig te laten zijn? In de recente, op zichzelf genomen nog wel schaarse, literatuur wordt gesproken over 60% van de bevolking. Daar houd ik nog even een slag om de arm, want as we speak, op dit moment, wordt in een aantal andere landen de eerste ervaring ermee opgedaan. […] Maar 60% is daarbij het getal dat nu geldt.” 60% van de inwoners van Nederland, dat is een heel hoog percentage. Menig ontwikkelaar zou blij worden van zoveel gebruikers. Hoe realistisch is het dat de app die het ministerie nu ontwikkelt, viral gaat?

Zestig. Of misschien nog wel meer

De minister houdt (terecht!) een slag om de arm. Het percentage van 60% is gebaseerd op een onderzoek van de Oxford-universiteit. Het is een van de weinige onderzoeken die hiernaar gedaan is. Het onderzoek heeft verschillende scenario’s gesimuleerd. De modellen zijn complex en het succes van een app is in het onderzoek sterk afhankelijk van onder meer het testbeleid, het niveau van lockdown wanneer de app wordt uitgerold, de bereidwilligheid om instructies van een app op te volgen en de hoeveelheid contacten die mensen hebben. De resultaten van dit onderzoek één op één op de Nederlandse situatie plakken is dus wat te kort door de bocht.

Het ministerie werkt aan een killer-app: ze wil meer dagelijkse gebruikers dan WhatsApp.

Een onderzoeker aan de Universiteit Utrecht gebruikte in zijn model gegevens over het gedrag van mensen. Hij stelt dat “een zekere mate van effectiviteit alleen [wordt] bereikt als deze 60% willekeurig verspreid is over de bevolking.” Maar, zegt hij, het zijn eerder “de mensen die voorzichtig zijn (en dus toch al minder kans hebben besmet te raken […]) die de app zullen gebruiken.” Daarmee worden alleen maar nog hogere eisen aan dat toch al hoge percentage gesteld. De onderzoeker concludeert dat als je de waarschijnlijk geringe verspreiding meeneemt ” zien we dat bij het gebruik van 60% van de mensen het effect ongeveer nihil is.” Dat verandert niet wezenlijk als (nog) heel veel meer mensen de app zouden gebruiken.

Tellen is zo makkelijk nog niet

De minister houdt dus terecht nog een slag om de arm. Andere landen doen nu al ervaring op met het gebruik van een app. Zijn er dan andere landen waar zestig procent of meer van de bevolking zo’n app gebruikt? We hebben naar de statistieken in andere landen gekeken en maken daar allereerst uit op dat de kans erg groot is dat de cijfers die te vinden zijn hoger zijn dan het werkelijke en effectieve gebruik van een app. Als de applicatie écht goed in elkaar zit, zijn er namelijk weinig statistieken voorhanden.

Je kunt dan bijvoorbeeld wel het aantal downloads tellen, maar je kunt niet zien welke mensen de applicatie ook écht gebruiken. Je kunt niet zien of iemand uit nieuwsgierigheid de app heeft geïnstalleerd op zijn telefoon, maar na drie keer rondklikken weer verwijderd heeft. Of wie na berichten in de media het vertrouwen in de beveiliging van de app is kwijtgeraakt en de app verwijderd heeft. Of wie zijn telefoon gewoon thuis laat. Of wie Bluetooth uitgeschakeld heeft, om er voor te zorgen dat de batterij niet leeg geslurpt wordt. En zelfs als je wel betrouwbare cijfers hebt, ze zijn vaak niet te vertalen, omdat onze samenleving anders in elkaar zit dan, zeg, Singapore, Japan, IJsland of Zweden.

De minister sprak over “60% van de bevolking”. Dat zijn 10,3 miljoen gebruikers, pasgeborenen en bejaarden meegerekend.

Eerste ervaringen in andere landen

Statistieken over het gebruik van zo’n app in andere landen zijn schaars. De cijfers die er zijn gaan over het aantal downloads en zijn dus waarschijnlijk optimistischer. En het ontbreekt aan een onafhankelijke bron: de overheid heeft baat bij een positief geluid.

Het meest aangehaalde voorbeeld is Singapore. Een nieuwsbericht noemt 800 duizend gebruikers, de regering heeft het over 1,4 miljoen gebruikers. Dat is net iets minder dan een kwart van de bevolking. In Oostenrijk meldt het Rode Kruis na twee maanden slechts 580 duizend downloads, wat overeenkomt met 6 procent van de bevolking.  Het Noorweegse RIVM melde dat hun app 1,5 miljoen keer was gedownload, maar dat slechts 900 duizend inwoners de app ook echt gebruiken. Dat is twintig procent van de zestien-plussers. In Turkije zou er sprake zijn van meer dan 1 miljoen downloads, slechts 1 procent van de bevolking. IJsland rapporteert het hoogste percentage: 38% van de bevolking heeft de app gedownload. Maar de beleidsverantwoordelijke voor het contactonderzoek, meldt ook: “The technology is more or less … I wouldn’t say useless. […] but it wasn’t a game changer for us.”

Een Staatsviral

Wij houden ook een slag om de arm, maar we gaan nu even gemakshalve uit van dat percentage van zestig procent dat de minister noemde. Hoe realistisch is dat? Als je naar andere landen kijkt, moeten we concluderen: niet erg realistisch. Maar misschien werkt het in Nederland allemaal anders. Waar hebben we het dan over? De minister sprak over “60% van de bevolking”. Dat is 10,3 miljoen gebruikers, pasgeborenen en bejaarden meegerekend. Onder 75-plussers heeft, volgens het CBS, slechts de helft een smartphone. Dat betekent dus dat het gebruik onder de bevolking mét een smartphone nog hoger moet liggen om dat gemiddelde te halen. Het ministerie werkt nu dus aan een killer-app: ze wil meer dagelijkse gebruikers dan WhatsApp. Volgens een onderzoeksbureau bleef het aantal dagelijkse gebruikers van dat platform in Nederland vorig jaar steken op 9,1 miljoen.

En vergeet de context niet

En in feite is de ambitie van het ministerie alleen maar nóg groter. Want om effectief te zijn, is veel meer nodig. Mensen moeten de app niet alleen maar downloaden, maar daarna ook langdurig, consequent en op de juiste manier gebruiken. En ze moeten daarna ook nog eens de instructies bij een mogelijke besmetting, zoals thuis-quarantaine of het laten testen, opvolgen. En dat is ook al complexe opgave. Want hoe zorg je er voor dat mensen die zich gezond voelen thuis blijven, terwijl anderen steeds meer vrijheid terugkrijgen? En wat doen we met de miljoenen Nederlanders in risicogroepen, die volgens de onderzoekers uit Oxford ook met een app in strikte lockdown moeten blijven? Technologie bestaat niet in een vacuüm. En uiteindelijk bepaalt niet een app, maar menselijk gedrag hoe snel we uit deze crisis zullen komen.

Lees verder bij de bron: Bits of Freedom


JDreport.com publiceert verhalen uit een flink aantal andere "onafhankelijke" nieuwsbronnen.
De meningen in dit artikel zijn van de bron en weerspiegelen niet JDreport.com.

Help mee JDreport.com online te houden

Rapporteren

Iedereen vindt er iets van, jij ook?

Het blijft toch best gek: ‘Veel medewerkers in de zorg nog onbeschermd aan de slag’

In de zak van de vaccinmaffia? NOS verkondigt louter leugens over hydroxychloroquine