Regels, regels het lijkt wel een dictatuur!

Nederland is het land met de meeste regels ter wereld. Of misschien is het slechts een volksgezegde. Maar het bestaan ervan spreekt boekdelen. Wat mogen we eigenlijk nog zelf bepalen in dit land? Als je een stuk land weet te bemachtigen, vertelt de plaatselijke overheid je wat je er wel en niet mee mag doen. Als je met je net zindelijke peuter uit bent en hij zijn plasje echt niet meer op kan houden, mag hij dat niet in de bosjes doen. Ook niet als er net daarvoor een hond zijn grote boodschap heeft gedaan.

Als je net een kind hebt gekregen, moet je je de bemoeienissen van het consultatiebureau laten welgevallen. Je plantjes in de voortuin mogen niet over de stoep hangen. Je moet je afval scheiden. Je container niet te vroeg buiten zetten. En weer op tijd terughalen. Weken van tevoren grof vuil bellen als je een keer iets weg wil gooien wat niet in de container past, kan of mag. Precies opgeven wat je denkt allemaal weg te gaan gooien, áls je die schuur eenmaal leeg hebt. Die regels moet je allemaal van binnen en van buiten kennen. En dan mag je er nog afvalstoffenheffing voor betalen ook. Energiebelasting. Verpakkingbelasting. Het valt nog mee dat we zelfstandig mogen ademen. En dat daar (nog) geen belasting over geheven wordt.

Hoe ironisch is het, dat het meest ‘beschaafde land ter wereld’ ook de meeste regeltjes heeft? En wat hebben we er met z’n allen toch een hekel aan. We klagen wat af. Niets is goed eigenlijk. Vooral rond verkiezingstijd hebben we er een dagtaak aan. Of rond de Prinsjesdagen. Hoewel de oude regels ons niet bevielen, steigeren we bij de gedachte aan nieuwe regeltjes. Ook al hebben we welgeteld drie sleutelwoorden gehoord. Wat voor politieke plannen er ook op tafel komen, ze zijn standaard niet goed. Nieuwe regeltjes blijken lastig te verteren. Wat waren we collectief verontwaardigd over de identificatieplicht, bijvoorbeeld. Dat we preventief gefouilleerd kunnen worden. En dat de overheid alles zo ‘verautomatiseert’, dat we werkelijk op alle manieren in de gaten gehouden kunnen worden. We klaagden en klaagden. Maar van daadwerkelijk protest kwam het niet.

‘De media’ accepteerden die nieuwe regeltjes en kauwden ons voor dat het zo noodzakelijk was en voilà, wij accepteerden als makke lammeren. En we komen er ook nooit meer op terug. Een regel is een regel. Als die er eenmaal door is, interesseren we ons er niet meer voor. Internalisering heet dat. Als er eens een ‘gekkie’ voorbijkomt die zo’n regeltje aan de kaak stelt, bonjouren we die binnen no-time naar het domein van de ontoerekeningsvatbaarheid. “Regels zijn nou eenmaal regels,” roepen we in koor. “En als het je niet bevalt, ga je toch gewoon emigreren?” “We kunnen niet voor alles en iedereen zomaar een uitzondering maken.” Dat en andere argumenten die alleen het oppervlakkige bestaan van die regel ondersteunen. Een enkele ziel die nog een kritische houding ten opzichte van de inhoud ervan tentoonspreidt. Maar die ziel is gewoon gek. Regels zijn regels, hij past zich maar aan.

Is het dan wel zo ironisch dat Nederland zoveel regeltjes heeft? Blijkbaar hunkeren we ernaar. Als de overheid vandaag zegt dat we als eerste onze linkervoet uit bed moeten laten glijden, krijsen we moord en brand. Wat denken ze wel, die idioten daar in Den Haag? De volgende dag zetten we uit protest stiekem toch even onze rechtervoet als eerste op de grond. Op de derde dag doen we toch netjes die linkervoet. En de vierde dag dwingen we de rest van onze families ertoe dat ook te doen. Want zo hoort het. Regels zijn regels. Een jaar later laten we mensen die nog steeds met hun rechtervoet uit bed stappen gedwongen opnemen. En dat weten we nog op alle mogelijke manieren te verdedigen ook. We zijn dol op regels.

Regels houden mensen in het gelid. De samenleving loopt als een klok. Er zijn tenminste geen onduidelijkheden. Er wordt niets aan het toeval overgelaten. En we hoeven niet meer zelfstandig na te denken. Dat maakt ons als volk makkelijker bestuurbaar. En dat is fijn voor een samenleving. Zolang we het idee hebben dat het voor ons eigen bestwil is, moeten we bereid zijn die dwang van bovenaf te accepteren en ons de normen en waarden die erin besloten liggen eigen te maken. Daar moeten we het bestuurlijk apparaat volkomen voor vertrouwen, uiteraard. Maar daar wringt ‘m nou net de schoen. Want hoewel we depolitiek bestuurders al sinds het laatste Paarse kabinet voor geen haar meer vertrouwen, slikken we de regels nog steeds voor zoete koek. Hoe problematisch zo’n makke volksaard is, begrijpen we niet. We doen immers wat we moeten doen. En daarom doen we het. Om geen enkele andere reden. Want regels zijn nu eenmaal regels. Tja. Met zo’n volk heb je geen dictatuur meer nodig.

Lees verder via Stop de bankiers.

 

Foto via DeLares (Eliud Martinez)

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef jouw mening

Close