in , ,

IMF en Wereldbank 75 jaar: De Schuldenboemerang

De Bretton Woods instellingen IMF en Wereldbank (*1) bestaan in 2019 75 jaar. In 1994 werd het 50-jarig bestaan van deze instellingen herdacht met een mondiale campagne van Ngo’s en sociale bewe­ging­en om beide instellingen te hervormen onder de titel “50 jaar is genoeg”.  In dat jaar werd een boek uitgebracht met als titel ‘50 Years Is Enough’.

Hierin werden een groot aantal artikelen van kri­tische auteurs bij elkaar gebracht die aantoonden waarom het neoliberale beleid van IMF en Wereldbank moest veranderen de Struc­turele Aanpassingsprogramma’s hadden grote schade aange­richt in het mondiale Zuiden.

Een van de artikel was die van Suzanne George getiteld “The Debt Boomerang (*2)”.

(Door Susan George, vertaling Henry van Maasakker)

Sedert die tijd is er nauwelijks iets veranderd in het neoliberale beleid van IMF en Wereldbank vooral na de mondiale financiële crisis van 2008-2009 zijn veel landen in het Zuiden net als in de jaren 80 opnieuw in een schuldencrisis beland met oplopende schulden. Ook nu weer wordt dit beantwoordt met het opleggen van SAP’s door IMF en Wereldbank. Ontbossing, kli­maatve­rande­ring, uitputting van grondstof- en energievoorraden, toenemende oorlogen, honger, internationale drugstrans­porten en groe­iende vluchtelingenstromen (“boemerang”) hangen direct samen met dit neoliberale schul­den­­beleid van IMF en Wereldbank. Dit krijgt nauwelijks aandacht in de Westerse media. Het artikel van Suzanne George dat deze samenhangen analyseerde is ook na 25 jaar nog steeds de moeite waard om te lezen en heeft nauwelijks iets van haar actualiteitswaarde verloren. Hieronder volgt de vertaling van dit artikel.

De schuldenboemerang

Als de doelen van managers in de officiële instellingen die over de schulden van de Derde Wereld regeren, zijn om de schuldenaars volledig uit te persen, enorme middelen over te dragen van Zuid naar Noord en om een niet-officiële oorlog te voeren tegen de arme continenten en hun volkeren, dan is hun beleid een ongekwalificeerd succes. Als hun strategieën echter bedoeld waren – zoals de officiële instellingen altijd beweren – om ontwikkeling te bevorderen die gunstig is voor alle leden van de samenleving, om de unieke ecologie van de planeet1 te behouden en geleidelijk de schuldenlast zelf te verminderen, dan is hun falen kolossaal.

Het meest voor de hand liggende aspect van deze mislukking – of succes, afhankelijk van uw stand­punt – is financieel. Elke maand, vanaf het begin van de schuldencrisis in 1982 tot eind 1990, hebben de schuldenlanden in het Zuiden aan hun crediteuren in het Noorden gemiddeld 6,5 miljard dollar per maand aan rentebetalingen overgemaakt. Als betalingen van de oorspronkelijke lening wor­den meegenomen, dan hebben debiteur­landen, de crediteuren gemiddeld bijna 12,5 miljard dollar per maand betaald- dit is evenveel als de hele Derde Wereld elke maand besteedt aan gezond­heid en onderwijs.

Bovendien heeft de schuldencrisis de crediteurlanden de kans gegeven om in het beheer van tien­tal­len economieën van de debiteurlanden – met behulp van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank in te grijpen. Hun taak is eenvoudig: ervoor zorgen dat de schulden worden afgelost. Aangezien de gemiddelde burger van een schuldenland met een laag inkomen minder dan een vijf­tig­ste verdient van wat de gemiddelde burger van een crediteurenland met een hoog inkomen verdient, is dit proces hetzelfde als proberen bloed uit een steen te halen.
Om harde valuta te accumuleren en zijn schulden af te betalen, moet een land zijn export verhogen en de overheidsuitgaven verminderen. De meeste debiteurenregeringen hebben dit geaccepteerd en hun volk gedwongen om samen te werken met het draconische beleid van het IMF en de Wereld­bank om ervoor te zorgen dat schulden worden afgelost. Het heeft hen niet veel goed gedaan. Een decennium is verstreken sinds de schuldencrisis in de Derde Wereld voor het eerst uitbrak, maar ondanks harde maatregelen die getrouw worden toegepast, is deze crisis vandaag de dag moeilijker oplosbaar dan ooit tevoren.

Bureaucratische immuniteit

Schuldenlanden hebben hun bevolking van basisbehoeften beroofd om de private transnationale banken en de publieke financiële instellingen van de rijke landen het equivalent van zes Marshall-plannen te betalen (het hulpprogramma dat de VS na de Tweede Wereldoorlog aan Europa aan­biedt).
Hebben deze buitengewone uitstromen van financieel kapitaal gediend om de absolute omvang van de schuldenlast te verminderen? Niet in het minst: ondanks het uitbetalen van meer dan 1,3 biljoen dollar tussen 1982 en 1990, begonnen de debiteurlanden als groep de jaren 1990 met 61 procent meer schulden dan in 1982. De schuld van Sub-Sahara Afrika steeg met 113 pro­cent gedurende deze periode.

Het economische beleid dat door de grote multilaterale agentschappen (Fed, centrale banken, IMF en Wereldbank) aan schuldenaren is op­ge­legd en als “structurele aanpassing” is verpakt, heeft he­lemaal niets opgelost. Ze hebben eerder onnoemelijk menselijk leed en wijdverbreide milieuver­nietiging veroorzaakt, waardoor de schuldenlanden hun middelen hebben verloren en ze elk jaar minder in staat zijn hun schulden af ​​te lossen, laat staan ​​te investeren in economisch en menselijk herstel.

De Wereldbank en de structurele aanpassers van het IMF hebben inmiddels voldoende tijd om hun maatregelen toe te passen. Maar ze hebben gefaald. Als ze bedrijfsleiders waren geweest, zouden ze ongetwijfeld al lang geleden zijn ontslagen wegens incompetentie. Maar dergelijke verantwoording is niet van toepassing op deze internationale bureaucraten die handelen namens de crediteurre­gering­en. Ze hoeven zich nooit te onderwerpen aan het oordeel van hun slachtoffers. Ze beantwoorden al­leen aan hun eigen even onverantwoordelijke superieuren en, aan de top van de bureaucratische boom, aan een raad van bestuur die de meerderheid van de stemmen van de rijkste crediteurlanden weerspiegelt. Deze rijkelijk gecompenseerde internationale ambtenaren zijn dus nog steeds te vin­den in Washington en leven in de Derde Wereld buitengewoon goed.

Er zijn andere begunstigden. Voor transnationale ondernemingen die actief zijn in debiteurenlanden, heeft structurele aanpassing de winstgevendheid verbeterd door zowel de lonen als de macht van de vakbonden te verminderen. Voor veel internationale banken hebben schuldendienstbetalingen tegen ongewoon hoge rentetarieven in het begin van de jaren tachtig een aantal jaren van recordin­koms­ten aangewakkerd. Vanuit het perspectief van de transnationale ondernemingen en de internationa­le banken slagen de Wereldbank en het IMF met vlag en wimpel in de test.
De elites in de Derde Wereld hebben ook niet veel reden tot klagen. Ze hebben het “verloren decen­nium van de jaren 1980” met relatief gemak doorstaan ​​en hebben er soms flink van geprofiteerd.

Ook zij profiteren van de sterk dalende lonen. Hun geld bevindt zich vaak in veilige havens buiten hun eigen land. Telkens wanneer het IMF een devaluatie van de nationale valuta vereist om de export aan te moedigen, worden degenen die hun kapitaal naar het buitenland hebben gebracht en in vreem­de valuta hebben belegd, automatisch rijker thuis. En al verslechteren of sluiten de publieke diensten (o.a. gezondheidszorg en onderwijs) in de schuldenlanden rijke mensen kunnen altijd privé-diensten betalen. Het is dus niet verwonderlijk dat de regeringen van de Derde Wereld er niet in zijn geslaagd zich te verenigen en schuldverminderingen te eisen.

Het gebrek aan eenheid van de schuldenaars zorgt voor de dekapitalisering van hun economieën en voor een voortdurende kapitaalstroom of transfer van Zuid naar Noord op een schaal die veel groter is dan de koloniale periode zou kunnen bedenken. De schuldenregeringen hebben van tijd tot tijd opgeroepen tot schuldverlichting maar hebben nooit collectief de schuldeisers geconfronteerd. Als beloning voor hun volgzaamheid hebben de crediteuren de meeste elites van schuldenlanden toe­gestaan om hun banden met het wereldwijde financiële systeem te behouden, waardoor ze op zijn minst een straaltje vers geld krijgen die hen frequente kansen biedt om lokale publieke activa tegen spot­prij­zen te kopen tijdens de privatiseringsprogramma’s waarbij ‘schulden in goedkope aandelen’ worden omgezet.
Derde wereldschuld moet daarom niet worden gezien als een eenvoudig “nationaal” probleem. Ver­schillende sociale klassen in schuldenlanden hebben zeer uiteenlopende belangen en worden onge­lijk getroffen. Hoewel schulden bij de overgrote meerderheid van de mensen in de Derde We­reld on­gekend lijden heeft veroorzaakt, is de crisis niet noodzakelijk een crisis voor iedereen.

Terwijl de bovenste lagen van Derde Wereldsamenlevingen grotendeels geïsoleerd blijven van schul­dennood, betalen gewone mensen in het Zuiden leningen terug waar ze nooit om hebben gevraagd, of waar ze zelfs tegen hebben gevochten, en waar ze geen voordeel uit halen. Kennis van hun benar­de toestand is inmiddels vrij wijdverspreid in de ontwikkelde, crediteurlanden, dankzij de inspan­ning­en van duizenden betrokken mensen die geduldig de menselijke en ecologische gevolgen van de schuldencrisis in de Derde Wereld toelichten.

Fall-out in het noorden.

Toch hebben de druk die door tientallen niet-gouvernementele organisaties in zowel het noorden als het zuiden wordt uitgeoefend, tot dusverre het fundamentele beleid voor schuldenmanagement niet ge­wij­zigd. Hoewel het Fonds en de Bank nu beweren dat ze ‘de sociale kosten van aanpassing’ probe­ren te verzachten’, gaat het officiële antwoord op de crisis met een berekend slakkentempo vooruit, van het ene zwakke en ineffectieve plan naar het volgende, terwijl de status quo vrijwel onaan­ge­roerd blijft.

Tot nu toe hebben degenen in het noorden die hebben geprobeerd de schuldmanagement strategieën te veranderen hun argumenten terecht gebaseerd hebben op ethische en humanitaire grond­en. De gevolgen van de schuldencrisis in de Derde Wereld in Noorden zijn veel minder bekend -on­getwijfeld omdat de gevolgen van de schulden in het Zuiden veel ernstiger en levensbedreigender zijn dan in het Noorden. Maar hoewel mensen in het Zuiden veel zwaarder worden getroffen dan die in het Noorden, profiteert in beide gevallen een kleine minderheid, terwijl de overgrote meerderheid betaalt.

Noordelijke belastingbetalers hebben vanaf het begin ervoor gezorgd dat de commerciële banken geen financiële schade door de schuldencrisis in de Derde Wereld hebben geleden. En vrijwel ieder­een is zich hiervan niet bewust. We hebben de noordelijke banken tussen de 44 en 50 miljard dollar betaald in de vorm van belastingkwijtschelding op oninbare vorderingen – genoeg om de hele gezondheidszorguitgaven van de derde wereld gedurende een jaar te dekken.

Er zijn nog andere minder meetbare kosten: de sterke correlatie tussen schulden en wereldwijde mi­litaire conflicten. Leningen zijn vaak gebruikt door derdewereldregeringen om wapens van noor­de­lijke fabrikanten te kopen voor gebruik tegen zowel interne als externe tegenstanders. Schuld leidde tot de Golfoorlog. Saddam Hoessein zag de invasie van Koeweit als een manier om de kolossale schul­­den die hij zowel aan dat land als aan de geallieerden schuldig was, weg te vagen – een groot deel hiervan werd gebruikt om zijn wapenopbouw te financieren. George Bush verleende een geal­lieerde Arabische natie als Egypte massale schuldkwijtschelding als beloning voor het blijven van een Amerikaanse bondgenoot.

De schuld van de Derde Wereld is niet de enige oorzaak van bijvoorbeeld toegenomen illegale export van drugs naar de VS en Europa of van versnelde ontbossing die het broeikaseffect bespoedigt. Maar het is op zijn minst een verzwarende factor. Latijns-Amerikaanse regeringen met schulden worden verslaafd aan dollars uit hun cocaproducerende regio’s. Dit dempt hun prikkel om legale gewassen aan te moedigen ernstig. Toenemende export van drugs, op haar beurt, escaleren de kosten van wets­handhaving en dragen bij aan sociale ontreddering in het noorden.

Een belang in verandering.

Dergelijke schadelijke effecten kwamen niet plotseling volledig gewapend uit het hoofd of de buik van de Wereldbank. Ze vloeien voort uit een reeks beleidsmaatregelen die gericht zijn op het be­vor­deren van een kapitaalintensief, energie-intensief, niet-duurzaam westers ontwikkelingsmodel, dat alleen gunstig was voor derdewereldelites, noordelijke banken en transnationale ondernemingen.

Het is niet verrassend dat massaal veel te veel lenen in combinatie met hoge rentetarieven tot de schuldencrisis hebben geleid. Deze crisis bood op zijn beurt officiële schuldeisers in de jaren 1980 en 1990 een perfecte hefboom om het ontwikkelingsmodel dat het oorspronkelijke probleem had ver­oorzaakt, te verankeren. Vertrouwend op ongebreidelde vrije marktwerking en door export geleide groei, hebben zij het onbeschermde verwoest: de armste, meest kwetsbare groepen en het milieu.

Ze doen het nog steeds en moeten eenvoudigweg worden gestopt.

Elke norm van menselijk fatsoen of ethische imperatief vereist een verandering in schuld management, maar ook verlicht eigenbelang. Iedereen buiten de smalste elite-kringen heeft belang bij po­sitieve verandering. Als genoeg mensen in het Noorden beseffen dat de schuldencrisis in de Derde Wereld hun crisis is, kunnen ze heel goed op radicaal ander beleid aandringen, zich uitspreken en proberen samen te werken met soortgelijke krachten in het Zuiden.

Om dit te laten gebeuren, moeten we eerst zelf nadenken, de moderne mythologie erkennen die ons belet te handelen en dan handelen. Er zijn enkele voor de hand liggende aanwijzingen die we kunnen nemen om de “natuurlijke meerderheid” te helpen effectief te worden. Werknemers, boeren, vak­bonds­leden, activisten, ouders, immigranten, belastingbetalers – we moeten allemaal een gemeen­schap­pelijke zaak maken tegen het gemeenschappelijke gevaar.
We willen geen programma voorschrijven maar enkele principes vermelden:
Ten eerste werden degenen die leenden zelden gekozen door hun volkeren. Ze verspilden geld aan wapens of gebruikten het om hun eigen macht en voorrechten verder te verankeren, rekenend op hun armere landgenoten om offers te brengen om de leningen terug te betalen wanneer ze ver­schuldigd waren. Van democratisch gekozen regeringen mag niet worden verwacht dat zij de schul­denlast van dictatoriale voorgangers op zich nemen.

Degenen die de leningen hebben verstrekt, waren onverantwoordelijk of probeerden opzettelijk de schuldenaren ondergeschikt te maken aan hun belangen. De schuldeisers zijn rijkelijk beloond en lopen geen gevaar als de schuld wordt geannuleerd of omgezet om echte ontwikkeling te bieden. Ze moeten volgens normale regels spelen en niet verwachten dat het publiek betaalt voor hun kostbare fouten.

De schuld is al grotendeels of volledig afgelost. Het noorden heeft in feite een aanzienlijke schul­den­last ten opzichte van het zuiden en heeft sinds 1982 de goedkoopste geregistreerde grondstoffen.
Annulering en andere maatregelen voor schuldvermindering mogen echter niet worden gebruikt als excuus of voorwendsel om de schuldenlanden nog meer van de voordelen van de wereldeconomie af te houden. De leidende voorschriften moeten deelname van de bevolking aan besluitvorming op elk niveau, sociale gelijkheid en ecologische voorzichtigheid zijn.

Zolang het beleid van het rijke noorden een mengeling is van ruwe wortel-en-stokmanoeuvres, ge­koppeld aan fundamentele minachting voor het Zuiden, de problemen en de volkeren, kunnen we meer dodelijke Noord-Zuid spanningen verwachten, krachtigere boemerangs die terugschieten bij ons, een verdere gedwongen terugtocht van de rijke landen in Fort America of Fort Europa.

Als alternatief zouden we kunnen beslissen dat het tijd is – hoog tijd – dat we begonnen samen te leven op deze onwaarschijnlijke planeet als homo sapiens met nog veel meer sapiens of wijsheid!

Ter Afsluiting.

Suzanne George heeft jaren geleden de moeite genomen de schuldencrisis van de Derde Wereld in kaart te brengen in haar ‘A Fate Worse than Debt’ (1988), de gevolgen die ons allemaal treffen (“de boemerangs”) in ‘The Debt Boomerang’ (1992). En in het jaar van ‘50 Years is Enough’ in 1994 verscheen haar boek over het functioneren van de Wereldbank ‘Faith and Credit’. De methoden, doelstellingen, instrumenten en gevolgen die hier uiteengezet worden om de schuldencrises in de verschillende werelddelen te ‘managen’ zijn allemaal nog van toepassing vandaar dat ook in 75 jaar Bretton Woods instellingen nog steeds mondiale acties van NGO’s, sociale bewegingen en progres­sieve regeringen nodig zijn om het desastreuze beleid van deze neoliberale instellingen te keren.


*1) Bretton Woods Project
*2) Boomerang
*3) Een recente UNCTAD-publicatie analyseert het verband tussen het neoliberale, mondia­le financiële systeem gedomineerd door transnationale ondernemingen en banken en de groeiende schulden- en klimaatcrises. Een mondiale Green New Deal is dringend nodig. http://www.bu.edu/gdp/files/2019/05/Updated-New-Graphics-New-Multilateralism-May-8-2019.pdf


Er is in 1993 een Nederlandse publicatie gemaakt, dat losjes gebaseerd was op de Schuldenboemerang van George, maar dat uitwerkte voor Nederland:
Joost Oorthuizen (red)
De schuldenboemerang
Gevolgen van de crisis in het Zuiden voor Nederland
Ravijn Reeks nr. 10, 1993, 120 pagina’s
ISBN 90-72768-33-7, NUGI 661/679/689 –

Lees verder bij de bron: globalinfo.nl


JDreport.com publiceert verhalen uit een flink aantal andere "onafhankelijke" nieuwsbronnen.
De meningen in dit artikel zijn van de bron en weerspiegelen niet JDreport.com.


Steun óók het vrije alternatieve nieuws zonder censuur

Tikkie | iDeal | PayPal

Rapporteren

Iedereen vindt er iets van, jij ook?

Meest voorgeschreven antidepressiva helpen helemaal niet tegen depressies

Nieuw IPCC-rapport: klimaatcrisis wordt oceaancrisis (dat kunt u minder goed checken)